MOTORISCHE ONTWIKKELING

Wat is Kinderoefentherapie?

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de Oefentherapie. Net als bij volwassenen sluiten we aan bij de dagelijkse vaardigheden.
Kinderen oefenen spelenderwijs hun motoriek, maar soms verloopt deze ontwikkeling niet vanzelfsprekend. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld niet lekker meedoen met buitenspelen, de gym,  hebben moeite met knutselen of leesbaar schrijven.

Behandeling

De kinderoefentherapeut begint met een intake en een uitgebreid onderzoek. Bij jongere kinderen (jonger dan 7 jaar) beoordelen we altijd de totale motoriek.
Bij oudere kinderen (8-12 jaar) kan soms volstaan worden met een deel-onderzoek, meer gericht op de hulpvraag. Op basis van de hulpvraag en de uitkomsten van het onderzoek stelt we met de ouders een behandelplan op.

Het doel van de behandeling is het vergroten van de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind. Plezier in bewegen en spelen staan hierbij voorop.
Bij de behandeling is betrokkenheid van de ouders en indien van toepassing, ook de leerkracht belangrijk.

Behandelindicaties

  • Ongecoördineerd, houterig bewegen
  • Angst of onzekerheid tijdens bewegen
  • Onvoldoende beheersing van het evenwicht, grof motorische vaardigheden (springen, hinkelen, huppelen) of balvaardigheden.
  • Moeite met knutselen of leesbaar schrijven
  • Moeite met aanleren van vaardigheden als zwemmen, fietsen of zelfverzorging

HOUDING

Jonge kinderen (ca. 3-7 jaar)

Bij jonge kinderen zie je vaak dat de voeten naar binnen gedraaid zijn en ze met een holle rug staan. Als een kind hierdoor geen pijnklachten heeft en niet vaak valt, is er geen reden om tot behandeling over te gaan.

Oudere kinderen (ca. 7-15 jaar)

Door de groei verandert er veel in het lichaam. De botten groeien waarbij de spieren in eerste instantie achterblijven. Hierdoor kunnen de spieren niet optimaal gebruikt worden of zijn verkort. Daarnaast vraagt groei veel energie. In bepaalde perioden van de groei is het voor pubers haast onmogelijk om een goed gestrekte houding op te kunnen bouwen maar vooral ook vol te kunnen houden. Maar langdurend kromme houdingen aannemen kan leiden tot een afwijking van de wervelkolom.

Afwijkende groei van de wervelkolom

De bekendste is een scoliose (zijwaartse verkrommingen van de wervelkolom) en de ziekte van Scheuermann (waarbij de rug ‘krom’ groeit).
Deels zijn deze aandoeningen erfelijk bepaald, maar worden negatief beïnvloed door een slechte houding.

Behandelindicaties

  • Het kind pijnklachten krijgt (knieën, onderrug, nek, schouders of hoofdpijn)
  • Als het kind zich stoort aan zijn eigen houding
  • Bij afwijkende groei van de wervelkolom