MOTORISCHE ONTWIKKELING

Wat is Kinderoefentherapie?

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de Oefentherapie. Bij de behandeling van kinderen wordt, net als bij de algemene oefentherapie, aangesloten bij de dagelijkse vaardigheden. Bij kinderen staat daarbij vooral spelen op de voorgrond. Klimmen, springen en balgooien zijn belangrijke vaardigheden voor kinderen om te leren. Dit geldt ook voor knippen, knutselen en schrijven. In 5% van de gevallen blijven kinderen, zonder duidelijke reden achter op leeftijdgenoten. Dit gaat meestal niet vanzelf over. Bij kinderen met NLD, ADHD en dyslexie komen vaak ook motorische problemen voor.

Behandeling

De kinderoefentherapeut begint met een intake en een uitgebreid onderzoek. Bij jongere kinderen (jonger dan 7 jaar) beoordelen we altijd de totale motoriek. Bij oudere kinderen (8-12 jaar) kan soms volstaan worden met een deel-onderzoek, meer gericht op de hulpvraag. Op basis van de uitkomsten daarvan stelt de kinderoefentherapeut een behandelplan op. Dit behandelplan gaat uit van de individuele situatie en mogelijkheden van het kind. Het richt zich vooral op de motoriek, maar houdt ook rekening met eventuele gedragsproblematiek.

Het doel van de behandeling is het vergroten van de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind in zijn eigen sociale en fysieke omgeving. Plezier in bewegen staat daarbij voorop. Met speciaal voor hen ontworpen oefenmateriaal leren kinderen spelenderwijs (weer) vertrouwen te krijgen in hun eigen kunnen. Bij de behandeling is betrokkenheid van de ouders en indien van toepassing, ook de leerkracht belangrijk.

Behandelindicaties

  •  Ongecoördineerd, houterig bewegen
  • Angst of onzekerheid tijdens bewegen
  • Onvoldoende beheersing van het evenwicht
  • Achterstand van de motorische ontwikkeling vergeleken bij leeftijdsgenoten
  • Moeite met aanleren van dagelijkse vaardigheden: zwemmen, fietsen, zelfverzorging
  • Onvoldoende ontwikkelde grove motoriek: moeite met springen, hinkelen, rennen
  • Onvoldoende ontwikkeling van de balvaardigheden
  • Onvoldoende ontwikkeling van de handvaardigheden
  • Schrijfproblemen

Houding

Jonge kinderen (ca. 3-7 jaar)

Bij jonge kinderen zie we vaak dat de voeten nog naar binnen gedraaid zijn. Als een kind hierdoor niet vaak valt en geen pijnklachten heeft is er geen reden om tot behandeling over te gaan. Veel kinderen staan met een holle rug. Deze kinderen kunnen onvoldoende spierspanning opbouwen. Vaak is de kracht van de buik- en rugspieren wel goed, maar weten ze niet hoe ze die kracht moeten gebruiken. Dit heeft zijn invloed op de ontwikkeling van het evenwicht op de grove motoriek.

Oudere kinderen (ca. 7-15 jaar)

Door de groei verandert er veel in het lichaam. De botten groeien waarbij de spieren in eerste instantie achterblijven. Hierdoor kunnen de spieren niet optimaal gebruikt worden en zijn verkort. Daarnaast vraagt groei veel energie. In bepaalde perioden van de groei is het voor pubers haast onmogelijk om een goed gestrekte houding op te kunnen bouwen maar vooral ook vol te kunnen houden. Langdurend kromme houdingen kunnen echter leiden tot afwijkingen van de wervelkolom (gameboyrug).

Afwijkende groei van de wervelkolom

Houdingsafwijkingen komen voor door een afwijkende groei van de wervelkolom. De bekendste zijn scoliose (zijwaartse verkrommingen van de wervelkolom) en ziekte van Scheuermann (waarbij de rug ‘krom’ groeit). Deels zijn deze aandoeningen erfelijk bepaald, maar worden sterk beïnvloed door de belasting van de rug (houding).

Behandelindicaties

  • Het kind pijnklachten krijgt (knieën, onderrug, nek, schouders of hoofdpijn)
  • Bij afwijkende groei van de wervelkolom
  • Als het  kind zich stoort aan zijn eigen houding
  • Staan met een overdreven holle rug, of juist krom staan/zitten