MOTORISCHE ONTWIKKELING

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de Oefentherapie. Kinderen oefenen spelenderwijs hun motoriek, maar soms verloopt deze ontwikkeling niet vanzelfsprekend. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld niet lekker meedoen met buitenspelen, de gym, hebben moeite met knutselen of leesbaar schrijven.

We beginnen met een intake en een uitgebreid onderzoek. Op basis van de hulpvraag en de uitkomsten van het onderzoek stellen we met de ouders een behandelplan op. Het doel van de behandeling is het vergroten van de ontwikkelingsmogelijkheden van het kind. Plezier in bewegen en spelen staan hierbij voorop.

Behandelindicaties

  • Ongecoördineerd, houterig bewegen of angstig tijdens bewegen
  • Onvoldoende beheersing van het evenwicht, grof motorische vaardigheden (springen, hinkelen, huppelen) of balvaardigheden.
  • Moeite met knutselen of leesbaar schrijven

SENSORISCHE INFORMATIEVERWERKING

Het verwerken van zintuiglijke waarnemingen wordt sensorische informatieverwerking genoemd.
Onder ‘zintuiglijke waarnemingen’ vallen: horen, zien, ruiken en proeven, maar ook tastzin, lichaamsbesef en evenwicht. Bij sommige kinderen verloopt de interpretatie van al deze prikkels niet goed. Het kan voorkomen dat deze prikkels juist te zwak of te sterk overkomen. Dit heeft tot gevolg dat kinderen deze prikkels vermijden of juist overmatig opzoeken. Vaak komt dit tot uiting in onwenselijk of juist heel passief gedrag.

  • Problemen bij de verwerking van de informatie van tastzin, lichaamsbesef en evenwichtsgevoel zijn altijd terug te zien in de motoriek.
  • Bij problemen met het verwerken van auditieve en visuele prikkels, zoeken we samen met het kind, de ouders en de leerkracht naar oplossingen zodat het kind beter kan functioneren.

HOUDING

Jonge kinderen (ca. 3-7 jaar)

Bij jonge kinderen zie je vaak dat de voeten naar binnen gedraaid zijn en ze met een holle rug staan.
Als het kind hierdoor geen pijnklachten heeft en niet vaak valt, is er geen reden om tot behandeling over te gaan.

Oudere kinderen (ca. 7-15 jaar)

Door de groei verandert er veel in het lichaam. De botten groeien waarbij de spieren in eerste instantie achterblijven. Hierdoor kunnen de spieren niet optimaal gebruikt worden of zijn verkort. Daarnaast vraagt groei veel energie. In bepaalde perioden van de groei is het voor pubers haast onmogelijk om een goed gestrekte houding op te kunnen bouwen maar vooral ook vol te kunnen houden. Maar langdurend kromme houdingen aannemen kan leiden tot een afwijking van de wervelkolom.

Afwijkende groei van de wervelkolom

De bekendste is een scoliose (zijwaartse verkrommingen van de wervelkolom) en de ziekte van Scheuermann (waarbij de rug ‘krom’ groeit). Deels zijn deze aandoeningen erfelijk bepaald, maar worden negatief beïnvloed door een slechte houding.

Behandelindicaties

  • Als het kind pijnklachten heeft (knieën, onderrug, nek, schouders of hoofdpijn)
  • Als het kind zich stoort aan zijn eigen houding
  • Bij afwijkende groei van de wervelkolom